🌐 Opdrachten voor de brugklas – Basiskennis Internet & Computer

Zet de antwoorden in Word 

1. De Adresbalk – Waar ga je heen?

Opdracht:
Schrijf op wat je in de adresbalk moet typen om naar deze websites te gaan:

  1. Google
  2. Je eigen schoolsite
  3. Een website waar je vaak komt (bijv. een game of sportclub)

Extra:
Leg in één zin uit wat het verschil is tussen een adresbalk en Google zoeken.


2. Domeinnaam of niet?

Opdracht:
Kruis aan of het een domeinnaam is of niet.

Tekst Domeinnaam?
youtube.com ☐ ja / ☐ nee
www.mijndomein.nl ☐ ja / ☐ nee
zoek dit op ☐ ja / ☐ nee
scorro.nl ☐ ja / ☐ nee
instagram ☐ ja / ☐ nee

Extra:
Waarom moet je een domeinnaam kopen als je een eigen website wilt?


3. Extensies herkennen

Opdracht:
Koppel de extensie aan het juiste soort website.

Extensie Betekenis
.nl A. Amerikaans bedrijf
.com B. Nederlandse website
.gov C. Overheid

Extra:
Bedenk zelf een nieuwe extensie die nog niet bestaat. Waar zou die voor zijn?


4. Google vult aan… maar klopt dat?

Opdracht:
Typ in Google: woordwolk
→ Wat gebeurt er?
→ Kom je meteen op de goede website?
→ Waarom denk je dat Google soms iets anders laat zien dan wat jij bedoelt?


5. OneDrive – Waar staat je bestand?

Opdracht:
Leg in je eigen woorden uit:

  • Wat is OneDrive?
  • Waarom is het handig dat je bestanden online staan?
  • Noem één voordeel en één nadeel.

Extra:
Maak een screenshot van jouw OneDrive-map (zonder privégegevens) en lever die in.


6. Office 365 – Zoek de app

Opdracht:
Noem drie apps die bij Office 365 horen en beschrijf kort waarvoor je ze gebruikt.

Extra:
Welke app gebruik jij het meest, en waarom?


7. Bestands­extensies – Wat hoort bij wat?

Opdracht:
Koppel de bestandsnaam aan het juiste programma.

Bestand Programma
verslag.docx A. PowerPoint
presentatie.pptx B. Word
cijfers.xlsx C. Excel

Extra:
Bedenk zelf een bestandsnaam voor een foto en schrijf op welke extensie erbij hoort.